Opticien

Wie de activiteit van opticien wil uitoefenen, moet naast de basiskennis bedrijfsbeheer ook de sectorale beroepsbekwaamheid bewijzen.

Vereisten voor de inschrijving in de Kruispuntbank van ondernemingen voor de activiteit van opticien:

Het ondernemingsloket waar u de (wijziging van de) inschrijving vraagt, gaat na of de onderneming aan de voorwaarden voldoet.

Definitie

Onder de activiteit van opticien moet worden verstaan:

  • het verkopen, het onderhouden en het herstellen van artikelen om het zicht van de mens te verbeteren of te compenseren,
  • het verkopen, het onderhouden en het herstellen van kunstogen.

Wie moet de sectorale beroepsbekwaamheid bewijzen?

De personen die de sectorale beroepsbekwaamheid moeten bewijzen zijn dezelfde personen als die welke de basiskennis bedrijfsbeheer moeten bewijzen.

Uitzondering

Volgende activiteiten vallen niet onder de reglementering:

  • het verkopen, het onderhouden en het herstellen van:
    • monoculaire vergrootglazen,
    • verrekijkers,
    • microscopen en telescopen, die niet bestemd zijn als visueel hulpmiddel voor slechtzienden,
    • zonnebrillen zonder incorporatie van gezichtsverbetering of compensatie van het gezichtsvermogen.
  • het verkopen van:
    • contactlenzen,
    • voorgemonteerde loepbrillen.

Hoe de sectorale beroepsbekwaamheid bewijzen?

De sectorale beroepsbekwaamheid kan op drie manieren bewezen worden:

  • een akte: artikel 18 van het koninklijk besluit van 21/12/2006 bepaalt welke akten in aanmerking komen. Voor akten die u niet onmiddellijk terugvindt, kunt u de diplo-databank raadplegen.
  • praktijkervaring: u moet binnen de laatste vijftien jaar een praktijk bewijzen van:
    • vijf jaar indien u zelfstandige in hoofdberoep was of voltijds en effectief als geschoold arbeider werkte.
    • acht jaar indien u zelfstandige in bijberoep was of deeltijds als geschoold arbeider werkte.

  • wie geen geldig diploma of onvoldoende praktijkervaring heeft, kan een examen afleggen bij de Centrale Examencommissie. Het examen handelt over de sectorale beroepsbekwaamheid vastgelegd in artikel 17 van het KB van 21/12/2006.

Vrijstelling voor enkele ondernemingen

Enkele ondernemingen moeten de beroepsbekwaamheid niet bewijzen:
  • de onderneming die geen kleine of middelgrote onderneming is in de zin van de kmo-programmawet van 10/02/1998,
  • de onderneming die geen handels- of ambachtsactiviteiten uitoefent,
  • de ondernemingen die ingeschreven waren als handels- of ambachtsonderneming op het moment van het in voege treden van de reglementering (deze datum verschilt van activiteit tot activiteit),
  • de overnemer van een bestaande zaak (gedurende één jaar),
  • de overlevende echtgenoot van een overleden ondernemingshoofd,
  • de overlevende wettelijke samenwonende van een overleden ondernemingshoofd,
  • de overlevende partner van een overleden ondernemingshoofd die minstens zes maanden samenwoonde met dat overleden ondernemingshoofd,
  • de kinderen van het overleden ondernemingshoofd gedurende een periode van drie jaar,
  • ingeval van een vennootschap en voor zover hij/zij benoemd is tot verantwoordelijke voor het dagelijkse bestuur:
    • de overlevende echtgenoot van de overleden verantwoordelijke voor het dagelijkse bestuur,
    • de overlevende wettelijk samenwonende van de overleden verantwoordelijke voor het dagelijkse bestuur,
    • de overlevende partner van de overleden verantwoordelijke voor het dagelijkse bestuur voor zover hij er sinds minstens zes maanden mee samenwoonde.

Contact Contact

Brussel Economie en Werkgelegenheid
Dienst Economie
Kruidtuinlaan, 20
1035 Brussel
E Contactformulier
T 02 800 35 40

Ondernemingsloketten

Richt u tot een ondernemingsloket
  1. met al uw vragen over uw diploma of beroepservaring;
  2. om uw onderneming in te schrijven in de Kruispuntbank van Ondernemingen.

EG-verklaring EG-verklaring

Onderdanen van een lidstaat van de Europese Economische Ruimte (Europese Unie + Noorwegen, IJsland en Liechtenstein) of Zwitserland, kunnen de beroepsbekwaamheid ook bewijzen met een EG-verklaring. Dit is een verklaring uit het land van herkomst over de praktijkervaring en eventueel de schoolse opleiding van de betrokkene.