Restaurateur of traiteur-banketaannemer

Wie de activiteit van restaurateur of traiteur- wil uitoefenen, moet naast de basiskennis bedrijfsbeheer ook de sectorale beroepsbekwaamheid bewijzen.

Vereisten voor de inschrijving in de Kruispuntbank van Ondernemingen voor de activiteit van restaurateur of traiteur-banketaannemer:

Het ondernemingsloket waar u de (wijziging van de) inschrijving vraagt, gaat na of de onderneming aan de voorwaarden voldoet.

Definitie

Onder de activiteit van restaurateur of traiteur-banketaannemer moet worden verstaan: hij of zij die gewoonlijk en zelfstandig warme of koude maaltijden bereidt die bestemd zijn om:

  • ter plaatse in inrichting te worden gebruikt.
  • op bestelling buiten de inrichting door hem te worden opgediend.

Bereiding betekent hier elke handeling waarbij een gerecht wordt:

  • klaargemaakt,
  • samengesteld,
  • geschikt,
  • opgewarmd,
  • ontdooid.

Wie moet de sectorale beroepsbekwaamheid bewijzen?

De personen die de sectorale beroepsbekwaamheid moeten bewijzen zijn dezelfde personen als die welke de basiskennis bedrijfsbeheer moeten bewijzen.

Uitzondering

Volgende activiteiten vallen niet onder de reglementering:

  1. de volgende lichte maaltijden voor zover ze alleen met brood worden opgediend:
    • soepen,
    • croques en toasten van allerlei aard,
    • kroketten, uitgezonderd aardappelkroketten,
    • vol-au-vents,
    • bloedworsten en witte worsten,
    • satés,
    • belegde broodjes, hamburgers, hotdogs, pita's en croissants,
    • deegwaren, pizza's, quiches of andere hartige taarten,
    • koude salades,
    • koude vleesschotels,
    • bereide eieren,
    • nagerechten, inzonderheid pannenkoeken, ijs, wafels, gebak, koeken, yoghurts en milkshakes.
  2. slagers-spekslagers, visverkopers, poeliers, wat betreft eigen bereidingen op basis van vlees, vis, wild en gevogelte,
  3. consumptiesalons van bakkers, banketbakkers, flensjesverkopers en ijsverkopers,
  4. frituren onderworpen aan de reglementering van de ambulante handel,
  5. de frituren voor wat betreft de bereiding in frituurvet of -olie van frieten van aardappelen of gerechten die volledig klaar voor dergelijke bereiding worden ingekocht.
    Worden niet beschouwd als bereiding: het opdienen van sausen,het opdienen van specerijen en het snijden of toevoegen van uien of conserven van uien, komkommers, augurken, conserven van mosselen en koude gekookte worsten.
    De reglementering is niet van toepassing op volgende gerechten voor zover ze uitsluitend worden opgediend in een wegwerpverpakking van papier, karton of kunststof: stoofvlees,goulash en gehaktballetjes in tomatensaus.
  6. hotelhouders wat betreft het ontbijt,
  7. rusthuizen,
  8. uitbaters van automaten,
  9. kleinhandelaars in algemene voedingswaren wat de verkoop van bereide gerechten betreft,
  10. logiesverstrekkende familiebedrijven en de eigenaars van gastenkamers die uitsluitend maaltijden verschaffen aan hun logerende gasten. In de zin van dit besluit moet worden verstaan onder:
    • logiesverstrekkend bedrijf met een familiaal karakter: een inrichting waar de ondernemer alleen, met zijn echtgenoot, met zijn bloed- of aanverwanten in de eerste of de tweede graad, met een loontrekkende of met een meewerkende vennoot werkt.Het familiale karakter blijft behouden als één of twee bijkomende personen in dienst worden genomen gedurende maximaal twee maanden per jaar.
    • gastenkamer: één of meer gemeubileerde kamers die behoren tot de eigenlijke woning van de eigenaar en die voor een toeristisch doel worden verhuurd.

Hoe de sectorale beroepsbekwaamheid bewijzen?

De sectorale beroepsbekwaamheid kan op drie manieren bewezen worden:

  • een akte: artikel 5 van het koninklijk besluit van 13/6/1984 bepaalt welke akten in aanmerking komen. Voor akten die u niet onmiddellijk terugvindt, kunt u de diplo-databank raadplegen.
  • praktijkervaring: u moet binnen de laatste tien jaar een praktijk van vijf jaar bewijzen. De praktijk mag buiten de laatste tien jaar gestart zijn als:
    • de praktijk eindigt binnen de laatste tien jaar.
    • het om een ononderbroken periode van vijf jaar gaat.
  • wie geen geldig diploma of onvoldoende praktijkervaring heeft, kan een examen afleggen bij de Centrale Examencommissie. Het examen handelt over de sectorale beroepsbekwaamheid vastgelegd in artikel 4 van het KB van 13/6/1984.

Vrijstelling voor enkele ondernemingen

Enkele ondernemingen moeten de beroepsbekwaamheid niet bewijzen:
  • de onderneming die geen kleine of middelgrote onderneming is in de zin van de kmo-programmawet van 10/02/1998,
  • de onderneming die geen handels- of ambachtsactiviteiten uitoefent,
  • de ondernemingen die ingeschreven waren als handels- of ambachtsonderneming op het moment van het in voege treden van de reglementering (deze datum verschilt van activiteit tot activiteit),
  • de overnemer van een bestaande zaak (gedurende één jaar),
  • de overlevende echtgenoot van een overleden ondernemingshoofd,
  • de overlevende wettelijke samenwonende van een overleden ondernemingshoofd,
  • de overlevende partner van een overleden ondernemingshoofd die minstens zes maanden samenwoonde met dat overleden ondernemingshoofd,
  • de kinderen van het overleden ondernemingshoofd gedurende een periode van drie jaar,
  • ingeval van een vennootschap en voor zover hij/zij benoemd is tot verantwoordelijke voor het dagelijkse bestuur:
    • de overlevende echtgenoot van de overleden verantwoordelijke voor het dagelijkse bestuur,
    • de overlevende wettelijk samenwonende van de overleden verantwoordelijke voor het dagelijkse bestuur,
    • de overlevende partner van de overleden verantwoordelijke voor het dagelijkse bestuur voor zover hij er sinds minstens zes maanden mee samenwoonde.

Contact Contact

Brussel Economie en Werkgelegenheid
Dienst Economie
Kruidtuinlaan, 20
1035 Brussel
E Contactformulier
T 02 800 35 40

Ondernemingsloketten

Richt u tot een ondernemingsloket
  1. met al uw vragen over uw diploma of beroepservaring;
  2. om uw onderneming in te schrijven in de Kruispuntbank van Ondernemingen.

EG-verklaring EG-verklaring

Onderdanen van een lidstaat van de Europese Economische Ruimte (Europese Unie + Noorwegen, IJsland en Liechtenstein) of Zwitserland, kunnen de beroepsbekwaamheid ook bewijzen met een EG-verklaring. Dit is een verklaring uit het land van herkomst over de praktijkervaring en eventueel de schoolse opleiding van de betrokkene.