Financiering van inschakelingsondernemingen


Erkende sociale ondernemingen kunnen gedeeltelijk gefinancierd worden door het Brussels Hoofdstedelijk Gewest als ze de socioprofessionele inschakeling van werknemers tot doel hebben. Daartoe dienen ze zich te laten mandateren als sociale inschakelingsonderneming, door in april 2020 een aanvraagdossier in te dienen.

Alles weten over het mandaat en de financiering

Wie kan worden gefinancierd?

Om een mandaat en financiering te ontvangen, moet de sociale onderneming beantwoorden aan drie criteria:

1) Een erkende sociale onderneming zijn

De erkenning moet geldig zijn op het ogenblik van indiening van de aanvraag.

2) Socioprofessionele inschakeling als oogmerk hebben

De minister mandateert een onderneming voor een opdracht van diensten van algemeen economisch belang. Die opdracht betreft de re-integratie op de arbeidsmarkt van personen die er bijzonder ver van verwijderd zijn (doelgroep).

Concreet moet de onderneming:

  • minstens vier voltijds equivalenten (VTE) van de doelgroep tewerkstellen ten laatste op het moment van de beslissing tot toekenning van het mandaat door de minister. Er zijn 4 VTE's vereist per project als de aanvrager meerdere projecten indient.
  • minstens een voltijds equivalent (VTE) als begeleidingspersoneel tewerkstellen. Als het voltijdse equivalent verdeeld is over meerdere personen, moet een van de begeleiders minstens halftijds werken.

3) Geen schulden hebben

De erkende sociale onderneming moet vrij zijn van

  • fiscale schulden zoals opgenomen in de meest recente jaarrekening, behalve indien er een aanzuiveringsplan bestaat dat wordt nageleefd. De fiscale schulden worden vermeld op de regels 450, 451, 452 en 453 volgens de codificatie van de minimumindeling van het algemeen rekeningenstelsel (MAR);
  • schulden bij de RSZ, behalve indien er een aanzuiveringsplan bestaat dat wordt nageleefd.

Voor welk project?

De erkende sociale onderneming kan een mandaat aanvragen voor de uitwerking van een of meer projecten die de socioprofessionele inschakeling van werknemers die bijzonder ver verwijderd zijn van de arbeidsmarkt tot doel hebben.

Een inschakelingsprogramma beoogt de beroepsinschakeling, over vijf jaar, van minstens vier doelgroepwerknemers per jaar in voltijdse equivalenten (VTE's).

Het programma moet personen ten goede komen die behoren tot de "doelgroep".

Onder "doelgroep" wordt verstaan:

a) In 2020:

b) Vanaf 2021:

  • bepaalde werkzoekenden die in aanmerking komen voor een "inschakelingsbaan in de sociale economie";
  • jonge werknemers met een inschakelingsovereenkomst (volgens de datum van inwerkingtreding van deze nieuwe maatregel);
  • de "art. 60 §7"-werknemers.

Het inschakelingsprogramma moet het verwerven van competenties beogen, evenals professionele en sociale begeleiding.

Het programma biedt een professionele begeleiding van de werknemer (opleiding voor het werk dat hij uitoefent, ontwikkeling van zijn autonomie, …) en een sociale begeleiding van de werknemer (begeleiding in de sociale en administratieve procedures, …).

Het inschakelingsprogramma dient de volgende drie onderdelen te omvatten:

  1. een begeleidings- en omkaderingsproject voor de doelgroepwerknemers;
  2. een plan voor competentieverwerving;
  3. een plan voor de doorstroming en/of de inschakeling van de doelgroepwerknemer naar/op de arbeidsmarkt.

Hoeveel bedraagt de financiering?

Het bedrag van de financiering hangt af van het aantal effectief tewerkgestelde doelgroepwerknemers.

Bijvoorbeeld:
Voor 4 tewerkgestelde VTE's uit de "doelgroep" bedraagt de maximale jaarlijkse subsidie € 46.000.
Voor 10 tewerkgestelde VTE's uit de "doelgroep" ligt het maximum op € 92.000.
De jaarlijkse compensatie mag niet meer bedragen dan € 218.500 (voor 32 of meer tewerkgestelde VTE's uit de "doelgroep").
Zie volledige tabel in hoofdstuk 4 van de "Praktische Gids".

Opmerking: De compensaties in het kader van het mandaat worden toegekend binnen de grenzen van de beschikbare begrotingskredieten. Het in het formulier gevraagde bedrag moet dan ook als indicatief en niet-definitief worden beschouwd.

In aanmerking komende kosten

De compensatie kan volgende uitgaven dekken:

  • 80 à 100 % van de loonkosten van de begeleider(s);
  • 0 à 20% van de werkingskosten.

Investeringskosten (kosten die worden geboekt in klasse 2 volgens de MAR-codificatie) komen niet in aanmerking.

De loonkosten omvatten:

  • de bezoldigingskosten voor het begeleidende personeel;
  • de kosten in verband met de wettelijke verplichtingen van de werkgever:
    • premies voor de arbeidsongevallenverzekering en de aanvullende arbeidsongevallenverzekering,
    • de arbeidsgeneeskundige kosten;
  • de kosten voor het beheer van het loon van de begeleider(s).

De werkingskosten betreffen de opleiding van de doelgroepwerknemers, evenals de kosten voor externe opleidingen. De huurprijzen en lasten (internet, telefoon, elektriciteit) komen enkel in aanmerking als ze rechtstreeks verband houden met de het project waarop het mandaat betrekking heeft.

De loonkosten van het basisteam (boekhouding, secretariaat, directie en alle externen) kunnen ook werkingskosten zijn.
 
Opgelet:
  • De functiebeschrijving op het formulier moet absoluut de functiebeschrijvingen van de begeleiders bevatten.
  • Beheerskosten in verband met het sociaal secretariaat en externe boekhouding zijn geen werkingskosten maar loonkosten. Zie de uitvoerige uitleg in de gids.
  • Beide categorieën zijn onderling niet verwisselbaar. Concreet houdt dit in dat er tussen beide categorieën (loonkosten en werkingskosten) geen verrekening mogelijk is en dat een werknemer niet van de ene naar de andere categorie kan overgaan.

Voor hoelang?

Het mandaat wordt toegekend voor een periode van vijf jaar. Het mandaat treedt in werking op 1 januari van het jaar na dat van de indiening van de mandaataanvraag.
Uitzondering: de aangevraagde mandaten in het kader van de oproep tot kandidaturen die plaats zal vinden in maart 2020, zullen met terugwerkende kracht ingaan op 1 januari 2020. 

Infosessie

Raadpleeg de slides van de infosessie van 13 februari.

Aanvraag posten in het kader van de inschakelingsbaan (facultatief)

De gemandateerde sociale ondernemingen kunnen eveneens genieten van financiële ondersteuning voor het aanwerven van werkzoekenden die ver verwijderd zijn van de arbeidsmarkt in het kader van de inschakelingsbaan in de sociale economie. Deze steun neemt de vorm aan van een premie ter vermindering van de loonkost van de werknemer en wordt toegekend door Actiris.

De ondernemingen die gebruik wensen te maken van deze ondersteuning dienen de sectie betreffende de aanvraag voor inschakelingsbanen in de sociale economie in het mandaataanvraagformulier in te vullen.

Een mandaat en financiering verkrijgen

Fase 1: Aanvraag

De oproep tot kandidaatstelling voor de toekenning van een mandaat voor het realiseren van een sociaal inschakelingsprogramma en de uitoefening van een opdracht van diensten van algemeen belang werd op 2 maart 2020 gepubliceerd.

Erkende sociale ondernemingen met socioprofessionele inschakeling als oogmerk beschikken over een termijn van 30 werkdagen vanaf de bekendmaking van de oproep om hun aanvraagdossier in te dienen bij Brussel Economie en Werkgelegenheid.

Stap 1

De erkende sociale ondernemingen kunnen hun mandaat-aanvraagdossier sturen naar werkgelegenheid@gob.brussels tot en met 30 april 2020 middernacht.

BELANGRIJK: aanpassing van de richtlijnen naar aanleiding van COVID-19!
De initiële deadline van 14 april is verlengd tot 30 april 2020.
Enkel volgende delen van het aanvraagformulier dienen te worden ingevuld:
1. Identificatie van de aanvrager
2. Inschakelingsprogramma
4. Aanvraag van beschikbare posten in het kader van de maatregel voor gesubsidieerde sociale-economiebetrekkingen, vanaf 2021 (facultatief)
6. Verklaring op eer (elektronische handtekeningen toegestaan)

Het aanvraagformulier moet verstuurd worden naar werkgelegenheid@gob.brussels.

Indien u, om praktische redenen, genoodzaakt bent een papieren versie te versturen, gelieve onze diensten er dan van op de hoogte te brengen door een mail te sturen naar volgend adres : werkgelegenheid@gob.brussels.

Stap 2:

De andere onderdelen van het formulier (punt 3. Compensatieaanvraag voor 2020 en punt 5.1 over de uitgaven en inkomsten van het project) en alle geüpdatete, opgelijste bijlagen in punt 5 moeten tegen 15 september 2020 aan het bestuur worden bezorgd. 

Verder werd er eveneens beslist dat op het niveau van de te bezorgen bewijsstukken ter staving van een minimum bezetting van 4 VTE in 2020, de raamovereenkomsten getekend met de OCMW’s voor de terbeschikkingstelling van de werknemers in artikel 60 §7 en de overeenkomsten getekend met Actiris betreffende de inschakelings-GECO’s, gelijkgesteld zullen worden met een bewijs van bezetting.

De DSP- en SINE-werknemers die in dienst zijn bij de erkende sociale onderneming die een mandaataanvraag heeft ingediend, blijven tot en met 31 december 2020 gelijkgesteld met doelgroepwerknemers indien ze tijdelijk werkloos zouden zijn in de periode tussen 1 maart 2020 en 31 mei 2020.

Brussel Economie en Werkgelegenheid bevestigt de ontvangst van het dossier en onderzoekt het.
Als het dossier volledig is, brengen Actiris en de Adviesraad voor Sociaal Ondernemerschap er advies over uit.
Vervolgens beslist de minister de onderneming al dan niet te mandateren voor het (de) voorgestelde project(en). Brussel Economie en Werkgelegenheid deelt de beslissing mee aan de onderneming.
Als de sociale onderneming gemandateerd is als inschakelingsonderneming, ondertekent ze een mandaatovereenkomst. Die overeenkomst wordt ondertekend door de begunstigde en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en bepaalt de voorwaarden van het mandaat en de toekenning van de financiering.

Verplichtingen en controle

Elke sociale onderneming die een financiering ontvangt, moet:

  • de regelgeving in acht nemen, meer bepaald de ordonnantie en de uitvoeringsbesluiten met betrekking tot het mandaat van de sociale ondernemingen;
  • een afzonderlijke boekhouding bijhouden (meer informatie hierover is te vinden in de "Praktische Gids");
  • alle documenten met betrekking tot de uitoefening van de dienst van algemeen economisch belang, met inbegrip van de afzonderlijke boekhouding, ter beschikken houden van Brussel Economie en Werkgelegenheid. Deze documenten moeten bewaard worden tot tien jaar na het einde van het mandaat.

Brussel Economie en Werkgelegenheid controleert de documenten. Het verricht controles ter plaatse (Gewestelijke Werkgelegenheidsinspectie) en andere controles in samenwerking met Actiris.

Bij inbreuken kan de minister van Werk het mandaat opschorten of intrekken.