Inkomenscompensatievergoeding

De inkomenscompensatievergoeding is een vergoeding die wordt toegekend aan zelfstandigen die het slachtoffer zijn van hinder ten gevolge van werken op het openbare domein. De vergoeding bedraagt meer dan 75 € per dag sluiting vanaf de 8ste dag die volgt op de sluitingsdatum van de gehinderde inrichting.

De inkomenscompensatievergoeding is enkel bestemd voor de zelfstandige die voldoet aan volgende criteria:
 

Micro-onderneming

De inrichting waarin de zelfstandige werkt en die hinder ondervindt, moet minder dan 10 werknemers tellen.
Zijn jaaromzet en zijn jaarlijkse balanstotaal mag de 2 miljoen euro niet overschrijden.
 

Verkoop of verlenen van diensten 

Zijn voornaamste activiteit betreft de rechtstreekse verkoop van producten of het verlenen van diensten aan gebruikers of kleine gebruikers, waarvoor persoonlijk en direct contact met de klanten vereist is dat in normale omstandigheden plaatsvindt in een bebouwde inrichting.
 

Inkomsten

Geen andere beroepsinkomsten hebben dan de inkomsten uit de werkzaamheden in de inrichting die hinder van de werken ondervindt.
 

Hinder en sluiting van de inrichting

Om de vergoeding te verkrijgen moet de hinder als gevolg hebben dat het openhouden van de gehinderde inrichting nutteloos is vanuit operationeel oogpunt tijdens een periode van minstens 7 achtereenvolgende kalenderdagen. De inrichting waarin de zelfstandige werkt, moet dus gesloten zijn.
 
Onder "hinder" verstaan we de toestand als gevolg van werken die de toegang tot de inrichting waarin de zelfstandige werkzaam is, belemmert, verhindert of in de praktijk bemoeilijkt. Concreet betekent het dat aan minstens een van de volgende voorwaarden moet worden voldaan:
  • geen enkele van de reglementair aangelegde openbare parkeerplaatsen van de straat waarin de inrichting is gelegen, kan benut worden;
  • geen enkele reglementair aangelegde openbare parkeerplaats binnen een straal van 100 meter rond de enige toegang tot de inrichting kan benut worden;
  • een toegangsweg tot de inrichting wordt afgesloten voor doorgaand autoverkeer in één of twee richtingen;
  • de toegang voor voetgangers tot de inrichting is onmogelijk.

De vergoeding bedraagt € 76,30 per kalenderdag. Het bedrag wordt jaarlijks (op 1 januari) geïndexeerd.
De vergoeding is pas verschuldigd vanaf de achtste dag volgend op de sluitingsdatum van de gehinderde inrichting.
De maximumperiode is 30 kalenderdagen, met mogelijkheid tot verlenging(en) van 60 dagen [link], zodat de volledige periode tijdens welke de inrichting gesloten is wegens hinder gedekt kan worden. In dat geval wordt de vergoeding uitbetaald tot aan de heropening.

De toegang tot de inrichting voor de klanten, de rechtstreekse verkoop aan de verbruiker en thuisbezorging zijn verboden. Als deze voorwaarden niet worden nageleefd, wordt de betaling van de vergoeding als onverschuldigd beschouwd.
 
Indien u beslist de inrichting opnieuw te openen op een andere datum dan die aanvaard door Brussel Economie en Werkgelegenheid, dan brengt u Brussel Economie en Werkgelegenheid hiervan op de hoogte:
  • via aangetekend schrijven tegen ontvangstbewijs of via e-mail;
  • minstens 7 kalenderdagen vooraf;
  • door de datum aan te geven waarop u de inrichting opnieuw wenst te openen.

Om de vergoeding te verkrijgen moet u:
  • met behulp van het geschikte formulier een attest van hinder aanvragen bij de gemeente zodra u op de hoogte wordt gebracht van de werken;
  • drie documenten bij Brussel Economie en Werkgelegenheid indienen, minstens 7 dagen voor de sluiting van de inrichting:
    • een formulier tot aanvraag van vergoeding;
    • het attest van hinder van de gemeente.
    • een kopij van uw identiteitskaart

Sinds 1 juli 2014 behoort deze bevoegdheid toe aan de Gewesten.
  1. Aanvragen (eerste aanvraag)
    De Brusselse bedrijven moeten hun vergoedingsaanvraag voortaan indienen bij Brussel Economie en Werkgelegenheid.
    Het Participatiefonds behandelt de vergoedingsaanvragen die ingediend worden vóór 1 januari 2015, volgens de regels en procedures die op 30 juni 2014 van kracht waren. Het treedt voor rekening van de Gewesten  op m.b.t. de aanvragen die vanaf 1 juli 2014 zijn ingediend.
  2. Aanvragen tot verlenging:
    De Brusselse bedrijven moeten hun verlengingsaanvraag indienen
    • bij Brussel Economie en Werkgelegenheid als de oorspronkelijke aanvraag ingediend werd na 1 januari 2015;
    • bij het Participatiefonds als de oorspronkelijke aanvraag ingediend werd vóór 1 januari 2015.
Het Participatiefonds behandelt de verlengingsaanvragen m.b.t. een oorspronkelijke aanvraag die ingediend werd vóór 1 januari 2015, volgens de regels en procedures die op 30 juni 2014 van kracht waren. Het treedt voor rekening van de Gewesten  op m.b.t. de aanvragen die vanaf 1 juli 2014 zijn ingediend.


Dans la presse

 
En 2014, 49 entreprises bruxelloises ont introduit une demande et près 210.000 euros ont été versés. Cette année, la Région de Bruxelles-Capitale a dégagé un budget de 400.000 euros pour venir en aide à ces petites entreprises. Lire l'article «Bruxelles Économie et Emploi soutient les petites entreprises en cas de perte de revenus  » paru sur Metrotime.  
 
 
 

Contact Contact

Brussel Economie en Werkgelegenheid
Directie Steun aan Ondernemingen
Kruidtuinlaan 20
1035 Brussel

E Contactformulier
T 02 800 34 30